Negeren

Soms is de woordkeuze wel echt ongelukkig. Of het nu moedwillig of onbewust is.

Een krantenkop als deze doet treinbestuurders bijzonder veel onrecht aan. In het artikel lees ik bovendien: “De machinist die het rood sein negeerde…”

Treinbestuurders “negeren” een rood sein niet. Het gebruik van “negeren” heeft een negatieve bijklank alsof een treinbestuurder moedwillig een sein voorbijrijdt. Ik heb jaren gewerkt met treinbestuurders en wens graag te benadrukken dat deze mensen enorm bezig zijn met de veiligheid van de reizigers en collega’s. Net als alle spoorwegvrouwen en -mannen met een veiligheidsfunctie, of het nu in de trein, in het station of op het seinhuis is.

Ik heb de persdienst van de NMBS gecontacteerd met betrekking tot het gebruik van “negeren” in de media. De persdienst heeft me verzekerd dat ze in haar persberichten de term “seinvoorbijrijding” of “een trein die door een rood sein is gereden” gebruikt. “Negeren” wordt niet gebruikt omdat het even goed kan zijn dat een sein voortijdig is dichtgevallen.

Ik lees graag kranten en besef dat journalisten meer dan ooit onder druk staan sinds de online media de snelheid van de waan van de dag bepaalt. De koppen moeten bovendien opvallen. Vaktaal wordt dan gemakshalve “genegeerd”. Maar ik vraag hen toch rekening te houden met de woordkeuze. En het moet gezegd, ik heb positieve ervaringen met journalisten die een aangegeven fout onmiddellijk aanpassen op de site.

Zeurkaai

Minister van Financiën zijn, is duidelijk een zwaar beroep. Benieuwd hoeveel punten hij van de minister van Pensioenen krijgt. De burgemeester hangt alvast een Panama-vlag uit het venster van zijn schoon verdiep. De Belgische driekleur wordt aan de Scheldekaaien uitgehangen en geldt enkel voor de échte belastingbetalers. Die van de parking.

Maar geen gezeur. De minister van Financiën benoemt de kleinzoon van een grootindustrieel als bestuurslid van de Nationale Bank. Een Franstalige nog wel. Maar ééntje mét geld én macht. De kleinzoon volgt bovendien zijn vader op. Fils à papa à papa. Dat is voor de Vlaamse nationalisten best wel OK.

Bankiers van een staatsbank zijn onthutst geen gehoor te vinden voor hun vraag om een loonsverhoging. Ze voelen zich miskend in hun bijdrage tot de samenleving. Een personeelslid in de zorgsector kent dat gevoel.

Het loon van de CEO’s van de grote beursgenoteerde Belgische ondernemingen (BEL20) steeg gemiddeld met 13% in vergelijking met 2016. Het totale salaris van een CEO van de BEL20 ligt 50 keer hoger dan het gemiddelde brutosalaris van zijn werknemer. Een pintje-CEO verdient zelfs 311 keer meer dan zijn doorsneewerknemer. In Leuven zeggen ze “santei!”.

Maar, nogmaals, geen gezeur. Zolang het volk een rad voor de ogen gedraaid wordt door een staatssecretaris, blijft het fijn te trakteren aan ‘t fornuis in de warande.

O tempora, o mores!

Staking SNCF: ‘Nieuwe zonnekoning Macron heeft het licht nog niet gezien’

‘De Franse regering wil een toestand van algemene kwetsbaarheid op de Franse arbeidsmarkt tot stand brengen’, schrijven Gunther Blauwens en Dries Goedertier van ACOD aan de vooravond van een tweede reeks actiedagen van de Franse spoorbonden.

In zijn streven naar een sterkere positie van Frankrijk binnen de EU heeft president Emmanuel Macron gezworen om het Franse sociaal contract grondig door elkaar te schudden. De afbouw van werknemersrechten is in het liberale Europa van vandaag immers een voorwaarde om mee de lijnen van de Europese politiek te mogen uitzetten. Als junior partner van Duitsland weliswaar. Enkele maanden na een grondige vertimmering van de arbeidswetgeving is Macron uit op een nieuwe scalp. Met een ‘diepgaande hervorming’ van de nationale spoorwegmaatschappij SNCF wil Macron ruimte scheppen voor marktwerking en tegelijkertijd de flexibiliteit van de arbeidsmarkt verder vergroten.

De vier grootste spoorvakbonden reageren met een gezamenlijke estafettestaking van 36 dagen over een periode van drie maanden. Inzet van de strijd? De toekomst van de welvaartstaat.

Denken en bewegen zoals Silicon Valley

Frankrijk kent een lange en vruchtbare traditie van publieke voorzieningen en overheidsinterventie in het sociaal-economisch leven. Zeker na de Tweede Wereldoorlog bouwde het land een sterke gemengde economie uit. Helemaal ontsnappen aan de wereldwijde tendens tot privatisering en liberalisering deed het land niet. Toch schragen overheidsbedrijven tot op vandaag nog steeds de Franse economie. Voor Macron is met name de SNCF echter een reliek uit een andere tijd. Frankrijk moet resoluut een andere weg inslaan. Het land moet ‘denken en bewegen zoals de start-ups’ van Silicon Valley . Enkel de markt en het private initiatief kunnen Frankrijk dynamiseren en klaarstomen voor de mondiale concurrentieslag.

Het mag niet verwonderen dat Macron en zijn regering grote voorstanders zijn van het zogenaamde vierde spoorwegpakket. Eind december 2019 zal de liberalisering van het Europese treinreizigersverkeer een feit zijn. De regering grijpt dit nu aan om het juridisch statuut van de SNCF grondig te wijzigen. In de toekomst zal de SNCF niet langer als overheidsbedrijf maar als société anonyme door het leven gaan. De regering beweert alle aandelen in publieke handen te houden. Toch zal de statuutwijziging het eenvoudiger maken om de SNCF te privatiseren. In het verleden ging men op dezelfde manier te werk om de posterijen en France Télécom af te scheiden van het publieke lichaam.

De zonnekoning heeft het licht nog niet gezien

De spoorwegen zijn een natuurlijk monopolie. Op dezelfde spoorlijn kunnen er géén twee bedrijven tegelijkertijd diensten verlenen. Laat dit natuurlijk monopolie over aan een private partner en je krijgt gegarandeerd hogere prijzen én een verschraling van het aanbod. Een private onderneming wil namelijk winst maken. De Franse vakbonden zien het anders. Voor hen zijn de spoorwegen een publieke en sociale voorziening. De SNCF moet iedereen in staat stellen om tegen betaalbare prijzen te reizen doorheen het land. Net deze universaliteit van de dienstverlening staat vandaag onder grote druk. Een regeringsrapport beveelt aan om de dienstverlening in dunner bevolkte regio’s af te bouwen.

Voor de Franse vakbonden is dit onaanvaardbaar. Ze wijzen op de slechte ervaringen van andere landen met de liberalisering van het treinreizigersverkeer. In het Verenigd koninkrijk bracht marktwerking hogere tarieven, een verminderde efficiëntie, meer onveiligheid en een daling van de investeringen met zich mee. De overheid moest zelfs een aantal keer inspringen om de continuïteit van de dienstverlening te garanderen. Nochtans krijgen de private uitbaters veel subsidies. Waar gaat dat geld dan naartoe? Naar de dividenden van de aandeelhouders. Het is de grote tragiek van privatiseringen. De lasten gaan naar de overheid, de lusten naar de privé.

In 2009 besloot de Britse overheid overigens om de falende East Coast Line terug in eigen beheer te nemen. De resultaten waren verbluffend. Het nieuwe overheidsbedrijf kon de beste efficiëntiecijfers voorleggen van alle uitbaters op het net terwijl ook de reizigerstevredenheid klom tot 92 %. Het bedrijf betaalde zelfs 1 miljard pond subsidies terug aan de Britse overheid. Helaas staat er géén maat op de ideologische blindheid van de Tories. In 2015 privatiseerden ze de East Coast Line opnieuw. Macron is goed op weg om dezelfde fouten te maken. De nieuwe zonnekoning heeft het licht nog niet gezien.

De grote nivellering naar beneden

De SNCF is een smet op het blazoen van een president die van een ‘flexibelere’ arbeidsmarkt zijn absolute topprioriteit maakte. Het personeelsstatuut van de ‘cheminots’ biedt duidelijke loonbarema’s en een grotere werkzekerheid. ‘Précarité’ is echter het nieuwe ordewoord in Frankrijk. Macron maakte het voor private bedrijven veel eenvoudiger om hun werknemers te ontslaan. Carrefour en Groupe PSA (de makers van o.a. Peugeot) maakten begin dit jaar gebruik van de nieuwe arbeidswetgeving om duizenden banen te schrappen.

Macron wil met de Franse publieke sector dezelfde weg opgaan. Nieuwkomers bij de SNCF zullen daarom niet langer onder het statuut vallen. De Franse regering wil een toestand van algemene kwetsbaarheid op de Franse arbeidsmarkt tot stand brengen. Niemand mag daaraan ontsnappen. Het is de grote nivellering naar beneden die overal in Europa (en ook bij ons) doorgeduwd wordt en geen enkele werknemer ten goede komt. Tussen 1995 en 2015 is het aandeel van de lonen in het bruto binnenlands product van de EU met 1,3 % gedaald. Volgens de Nederlandse economen Storm en Naastepad lag de groei daardoor 0,35 % lager.

Hoge standaarden voor personeel en reizigers

De minimumlonen, de ontslagbescherming, de uitkeringen, het sociaal overleg en de publieke tewerkstelling. Alles moet op de schop. De aanpassing van het juridisch statuut van de SNCF en de aanval op het personeelsstatuut is een heuse tweetrapsraket. Het is een voorbereiding op de liberalisering van het Franse spoor. Nederland toont goed aan welke schade die liberalisering op sociaal vlak kan aanrichten. De nationale spoorwegmaatschappij NS ervaart oneerlijke concurrentie van spoorwegmaatschappijen die 10 tot 16 % lagere arbeidsvoorwaarden hanteren. Waaronder niet alleen grote commerciële groepen maar ook buitenlandse staatsbedrijven. In het Verenigd Koninkrijk zien we duidelijk hoe absurd dit kan zijn. De Britse vakbonden richten zich tot de Duitse transportminister om tot overleg te komen rond sociale conflicten bij private spooroperatoren die in handen zijn van Deutsche Bahn. Straks ook in België?

Deze voorbeelden tonen aan dat marktwerking ook overheidsbedrijven meesleurt in een commerciële logica die haaks staat op een ethiek van publieke dienstbaarheid. Daarom is de Nederlandse vakbond FNV Spoor gekant tegen de liberalisering. Het wil dat de spoorwegen een publieke voorziening blijven zodat de NS zijn standaarden hoog kan houden voor het personeel én de reizigers. De Europese transportvakbonden waaronder ook ACOD Spoor zeggen neen tegen sociale dumping à la Ryanair in de sector. Goede loon- en arbeidsvoorwaarden en een goede dienstverlening gaan hand in hand samen. Reizigers en personeelsleden zijn in deze elkaars bondgenoten. Of aanvaarden we een samenleving waar personeelsleden door slechte loonvoorwaarden mee het ticket van de consument betalen?

Het spoor is een gezamenlijke verantwoordelijkheid

De Britse historicus Tony Judt heeft ooit heel helder gesteld dat de spoorwegen een gezamenlijke verantwoordelijkheid zijn. In zijn ogen is het spoor een collectief project met praktische voordelen voor zowel het individu als de maatschappij. Liberalisering staat daar haaks op. Het herleidt de burger tot een consument die alleen maar naar zichzelf moet kijken. Het herleidt alles dat van maatschappelijke waarde is tot koopwaar.

Bovenal legt het de beslissingsmacht over onze economie in handen van een kapitaalkrachtige elite. Schaf de openbare diensten af en er is minder en minder waarover wij als burgers nog gezamenlijk beslissingen kunnen nemen. De markt zal het wel oplossen zeker? Liberalisering komt zo neer op de verschraling van onze democratie. Het is in dat verband veelzeggend dat Macron zijn hervormingen per volmacht wil doorduwen. Hij probeert het maatschappelijk debat monddood te maken.

De Macrons van deze wereld verkijken zich echter op één ding. Werknemers, gebruikers en burgers willen de publieke en sociale voorzieningen niet aan hun lot overlaten. Ze zijn tenslotte van ons allen. De Fransen zijn sterk doordrongen van die eenvoudige wijsheid. De spoorwegwerknemers staan niet alleen. Leerkrachten, verpleegkundigen, ambtenaren maar evenzeer metaalarbeiders, winkelbedienden in precaire statuten en studenten kwamen de afgelopen maanden al in beweging. Macron mag zich dus verwachten aan felle tegenstand.

Gunther Blauwens is nationaal secretaris van ACOD Spoor en bestuurder bij de European Transport Workers’ Federation.
Dries Goedertier is adviseur studiedienst ACOD.

Dit opiniestuk werd door Knack gepubliceerd op 9 april 2018.

De sociale media waar perceptie als waarheid wordt aanzien

De discussie omtrent ‘wat is een zwaar beroep?’ bewijst dit opnieuw. De platvloerse tweets werden als bandwerk afgeschoten op iedereen die het debat wou aangaan met argumenten.

Op Twitter – en Facebook – wordt het spoorwegpersoneel sterk geviseerd door bepaalde politici en hun volgers. Het ontbreken van levenservaring en kennis van zaken waren geen hindernissen om schaamteloos te tweeten. Laat het duidelijk zijn: machtsgeile politici hebben vandaag een cel “sociale media”, politici die de samenleving beter willen maken, hebben een studiedienst. De studiedienst is het kindje dat gepest wordt. De cel “sociale media” is de verwende pester die alles in de schoot wordt geworpen.

Hieronder zien jullie een dienstrooster van treinbestuurders. Zeer onregelmatige uren. Beginnen om 3u50 ’s morgens is gaan slapen om… en uit uw bed springen om…? Ook treinbegeleiders hebben een dergelijke dienstrooster. De technici en vakbedienden sporen (in de volksmond “spoorleggers”) hebben op een maand een pak nachtdiensten te verteren en werken in weer en wind. Andere spoorwegmensen werken in 3×8-shiften (seinhuis, stationspersoneel, werkplaatsen, veiligheidsdiensten,… ).
Een mens is bovendien niet gemaakt om ’s nachts te werken. Feestdagen (kerstmis, nieuwjaar) en familiebijeenkomsten worden vaak gemist omdat verlof vragen niet steeds krijgen is.

Jong N-VA vindt de discussie omtrent zware beroepen bij de spoorwegen onzinnig en socialistische vakbondspraat. Wat is het referentiekader van deze jonge Vlaamse Kerels? Waarom doen ze zo denigrerend over het spoorwegpersoneel? Waar zijn zij als een treinbestuurder om twee uur ’s nachts opstaat om zijn dienst aan te vangen? Als een spoorlegger zijn tweede week nachten begint? Waarom volgen deze jongeren de debatfiches van hun partijleiding klakkeloos op? Waarom zijn ze zo… plat en soft?

Geef mij maar de politiek geëngageerde jongeren die hun partijleiders het vuur aan de schenen durven leggen. Die jong idealisme uitdragen met respect voor de mensen die dag en nacht werken aan een solidaire samenleving waar jongeren de kansen krijgen die ze moeten krijgen.

Kortom: jongeren mét een f*cking mening!

28280002_1853658054709418_6910682126489963263_n

Vertrekprocedure

Vorig jaar 12 september besliste de nieuwe CEO van de NMBS, Sophie Dutordoir, de stopzetting van het project DICE, de nieuwe “kostelijke” vertrekprocedure. Zet DICE op een voetbaltruitje en je sponsort een voetbalploeg zoals een reeks andere casino’s in de Jupiler Pro League. Mijn verstand en hart hebben zich nooit met dit project verzoend. Veel te complex. Een vertrekprocedure moet je kunnen uitleggen in drie powerpoint-slides:

Slide 1: intro en verwelkoming
Slide 2: de vertrekprocedure
Slide 3: zijn er nog vragen?

Met de stopzetting van DICE overheerste opnieuw de vrees dat een nieuwe vertrekprocedure niet voor (over)morgen zou zijn.

Samen met mijn Franstalige collega Christian Martin hebben we onmiddellijk een onderhoud gevraagd met directie Transport. Op 15 september werden we ontvangen door de directietop.

We hebben de directie herinnerd aan het tragisch ongeval in Dinant (2009!) en daaruit bekomen belofte een definitieve oplossing te creëren. We herhaalden de aanhoudende dagelijkse problemen met de vertrekprocedure waarvan elke treinbegeleider kan getuigen. Onze collega’s worden bespuwd, beledigd en bedreigd omdat ze hun job doen!

De impact van de vertrekprocedure op het aantal agressiegevallen is groot. We refereerden aan de doelstelling van de CEO om het aantal arbeidsongevallen te verminderen. Een sluitende vertrekprocedure zou een dergelijke doelstelling vergemakkelijken.

We verlieten de vergadering met een belangrijke afspraak: een eenvoudige vertrekprocedure op korte termijn (voor de zomer van 2018) en een structurele opvolging.

Vandaag werd het nieuws – wat we reeds een tijdje kenden – officieel bericht aan de pers. We gaan de nieuwe vertrekprocedure van dichtbij opvolgen. We vragen iedereen die betrokken is tot de vertrekprocedure (treinbegeleiders, treinbestuurders, stationspersoneel) om onze militanten te informeren over hun ervaringen. Ik wens bovendien sterk te benadrukken dat ook de militanten van de andere vakbonden aan de kar hebben getrokken. Veiligheid kent geen vakbondsgrenzen! Een ferme pluim aan elke militant, van welke vakbond ook.

Tenslotte: Ik herinner mijn eerste les over de vertrekprocedure. De legendarische opleider Guido (iedereen kent Guido, toch van mijn jonge generatie) zei ons met veel hoop en moed dat we misschien de laatste lichting waren die het moesten toepassen. Wordt zijn hoop nu definitief een werkelijkheid?

Ik heb er alvast 25 jaar op moeten wachten. Guido is ermee op pensioen gegaan. Hij en nog anderen verdienen een merci voor hun vastberadenheid om deze doelstelling van generatie op generatie door te geven! Op alle niveau’s.

PS. Wat betreft agressieoorzaken is er in het najaar wellicht een andere doorbraak. Tip: invulpassen.

Opmerkelijk

ACOD-actie – Brugge – 27/02/18

Eén vakbond houdt een sociale actie tegen het onrechtvaardige pensioenbeleid van de regering en de grootste regeringspartij voert een agressieve sociale media-campagne op. De communicatiecel van deze regeringspartij doet duidelijk overuren. De praktijken die ze hanteren zijn bovendien CopyTrump. Plat en ronduit populistisch. Mensen tegen elkaar opzetten. Weinig origineel, laat staan creatief. Politici van deze regeringspartij suggereren zelfs een splitsing van het land om de gevolgen van sociale acties te counteren. Charles Michel laat een intrieste politieke erfenis na. Schrijf het op.

Een andere regeringspartij stuurt een donkerblauwe gewezen minister de radio-ether in om in debat te gaan met onze voorzitster, Chris Reniers. Zijn argumenten kunnen we beperken tot het bewieroken van de vakbonden die niet deelnemen aan onze actie. Hun militanten op de werkvloer verdienen dergelijke donkerblauwe nep-waardering echt niet. Ik uit mijn gemeende syndicale solidariteit naar hen toe. Wij waarderen bovendien hun discrete maar even solidaire aanwezigheid op de verschillende ACOD-piketten.

De derde regeringspartij die zich als het sociaal gelaat van deze regering tracht te profileren, zien en horen we nergens. Een nuchtere en kille vaststelling. Zelfs geen bemiddelingspoging. De Minister van Werk was blijkbaar technisch werkloos. Het is ongetwijfeld een zwaar beroep. Maar toch.

In elk geval: ACOD raakt een gevoelige snaar. De violen geraken niet gelijkgestemd ten huize Wetstraat 16. De premier dirigeert een kakofonische regering, zonder respect voor de betalende toeschouwer.

Geen bisnummer aub. Dank u.

Politieke stelling

Stel: je bent een politicus. In aanloop naar de verkiezingen maak je een partijprogramma op dat je met veel enthousiasme voorstelt aan je betalende partijleden op het verkiezingscongres van je partij.

Het partijprogramma is duidelijk: “De pensioenleeftijd van 65 jaar wordt niet verhoogd.” De partijleden keuren het verkiezingsprogramma goed en voelen zich gerustgesteld.

In verkiezingsdebatten ben je klaar en duidelijk: “Het verhogen van de pensioenleeftijd is zinloos!” Je confraters van de andere partijen bevestigen je zienswijze. Ook zij engageren zich voor het behoud van de pensioenleeftijd op 65 jaar. Ook hun verkiezingsprogramma’s werden immers door hun eigen partijleden in die zin goedgekeurd. De kiezers, de échte belastingbetalers, zijn eveneens gerustgesteld: “De pensioenleeftijd blijft op 65 jaar.”

De verkiezingen maken van je partij een regeringspartij. Samen met de andere regeringspartijen beslis je de pensioenleeftijd te verhogen naar 67 en wat te morrelen met de pensioenvoorwaarden (o.a. rond zware beroepen). Zonder een volwaardig sociaal overleg want je bent verkozen en vindt sociaal overleg tijdverlies en volstrekt onnodig. Je bent verbaasd dat kiezers zich vragen stellen over je verkiezingsbeloftes. Je eigen partijleden twijfelen of ze tijdens het verkiezingscongres wel goed opgelet hebben. Geen nood, ook de partijleden van je regeringspartners stellen zich dezelfde vraag.

Eén vakbond reageert na woorden mét daden. Je vindt dat die vakbond een politiek spel speelt en gebruikt de term “vakbondsterroristen” om de angst in onze samenleving politiek uit te buiten.

Mijn vraag: “Waar is die spiegel in je badkamer?”

partijprogramma