Wanneer een parlementaire vraag ‘een pad in de korf zetten’ wordt

De gecoöpteerde senator Guido De Padt heeft opnieuw het nieuws gehaald met het stellen van een parlementaire vraag. De zoveelste, want Guido stelt ze graag. Hij weet immers maar al te goed dat vragen stellen over alledaagse thema’s een groot publiek bereikt, vooral wanneer er geen nuance aan te pas komt. De media spelen daar bovendien gretig op in.

Liberalen gebruiken graag woorden als efficiënt, productief, kostenbesparend en winstmarges. Alleen is de winstmarge steeds weggelegd voor enkelingen en wordt er vooral niet gekeken naar de oorzaken van een probleem. Alleen het resultaat telt en moet aangepakt worden wanneer het tegenvalt. Ik herhaal: niet de oorzaak, maar het resultaat van een probleem dient aangepakt te worden volgens de liberale logica.

De spoorweg draait niet goed sinds de herstructurering naar drie entiteiten. En zal nog minder goed draaien bij de volgende herstructurering naar twee entiteiten met een sociaal secretariaat pro forma. Internationale studies en ervaringen bewijzen dit. De liberalen blijven echter streven naar een 2+1-ledig structuur. Waarom?

Zijn het niet de liberalen die steeds proclameren dat de juiste mensen op de juiste plaatsen dienen gezet te worden. Dat de persoonlijke kennis en competenties primeren? Waarom voert men dan niet uit wat experten aanraden? Wat is het doel hiervan?

Noam Chomsky, die van nature iets meer nuanceert dan Guido De Padt, zegt het zo:

 ‘If you want to privatize something and destroy it, a standard method is first to defund it, so it doesn’t work anymore, people get upset and accept privatization. This is happening in the schools. They are defunded, so they don’t work well. So people accept a form of privatization just to get out of the mess’

Verander “the schools” door “the railways” en zijn theorie is meer dan geactualiseerd.

Ryanair toestanden op het spoor.

In zijn persmededeling verwijst Guido De Padt naar dé oplossing voor het probleem van (spontane) stakingen bij de NMBS-groep: “… de vrijmaking van het binnenlands reizigersvervoer dat bovendien niet alleen een betere waarborg is voor een continue dienstverlening, ze zal ook zorgen voor meer efficiënte en veilige treinen.”

Een dergelijke bewering getuigt van weinig dossierkennis en schaamteloos simplistisch redeneren. Buitenlandse voorbeelden duiden juist aan dat door de aanwezigheid van verschillende operatoren de reizigers nog meer geconfronteerd worden met ongekende communicatieproblemen en nog duurdere treinkaartjes. De (sociale) veiligheid is daarenboven minder gegarandeerd. Gelooft u nu echt dat low cost-bedrijven vooral gaan investeren in ultra-veilige treinen en in de spoorwegmaterie hoogopgeleide personeelsleden? Echt, gelooft u dat?

Mijnheer De Padt en zijn aandeelhouders worden gedreven door het dogma dat meer vrije markt beter is. Het overheerst hun zin voor ratio. Sinds dat de banken geprivatiseerd en gedereguleerd zijn, kennen we echter de cynische meerwaarde van de vrije markt.

Het openbaar vervoer is dan ook géén vrije markt. Dit is trouwens onuitvoerbaar. Op elkaar afgestemde treinverbindingen tussen verschillende operatoren is per definitie al een probleemstelling. Welke trein krijgt voorrang bij het openzetten van een rood sein? Welke operator krijgt de meest gunstige rijpaden? De operator die het meest betaalt? Hoe gaat die operator zijn investering terugwinnen? Wie gaat er opdraaien voor vertragingen? Juristen gaan hier ongetwijfeld rijk van worden. Guido De Padt is niet voor niets een advocaat van opleiding. Daar heeft hij wel de nodige dossierkennis van.

Een symfonisch orkest heeft slechts één dirigent.

De spoorweg is een symfonisch orkest. De dirigent zorgt ervoor dat alle muzikale talenten in zijn orkest collectief een mooi stuk ten gehore brengen. Een samenspel van verschillende instrumenten met de op partituur voorgeschreven toonhoogtes. Dat is ook zo met de spoorwegen. Laat de spoorwegen over aan mensen die de kunst van de ijzeren weg door en door kennen. Mensen die stapsgewijs de hiërarchie hebben beklommen door hun expertise en ervaring. Géén consultants. Plaats géén pas afgestudeerde diplomadragers op operationele posten. De spoorwegen is een universiteit op haar eigen. Investeer in het personeel, tijdig en met de nodige ondersteuning. Zorg voor periodieke en systematische investeringen in het materieel en de infrastructuur, zoals de Zwitsers dit sinds decennia gestructureerd uitvoeren.

En verdomme, maak van de spoorwegen terug één bedrijf. Alle spoorwegdeskundigen beamen dat dit een essentiële functie is in het spoorweggebeuren.

De NMBS-groep wordt vandaag geconfronteerd met de resultaten van een aanwervings- en investeringsstop. Gevolg: geen expertiseoverdracht, snelle en minder kwaliteitsvolle opleidingen die vooral zo weinig mogelijk moeten kosten, dagelijkse problemen met materieel en infrastructuur.

Helaas, bepaalde politieke invloeden hebben geen gehoor voor de experten. Ze blijven met een koppige ideefix in hun waterhoofd. Maar de spoorwegexperten staan niet alleen voor dove en onkundige beleidsmensen. Professor De Grauwe pleit dag na dag voor een flexibele begrotingsnorm in tijden van recessie, wordt bovendien geruggesteund door een nobelprijswinnaar als Krugman, maar wordt niettemin straal genegeerd door de (Europese) vrienden van De Padt en co.

De volgende parlementaire vraag van Guido De Padt zal luiden: “Waarom werd het station van Geraardsbergen gesloten? Waarom zijn er minder treinverbindingen naar het station van Geraardsbergen? Waarom zijn de kaartjes duurder?

En Guido weet het. Zijn vraag zal de media halen. En de naamstemmen voor een volgend ambtstermijn.

Zucht.

Ergens in een land stierf een mens. Het was niet de paus.

Op 27 februari stierf een mens. Een mens die in ons collectief geheugen dient herinnerd te worden als hét geweten van een dolende samenleving in een pretpark van oerinstincten: egoïsme, neoliberale driften, navelconsumentisme, hebzucht en kortzichtigheid.
Hij maakte ons wakker en trachtte ieder van ons via de nooduitgang het pretpark te doen ontvluchten. Helaas zijn er nog steeds mensen die de nooduitgang barricaderen en hierin gesteund worden door de onverschilligheid van een massa onwetenden.

Stéphane Hessel. Verzetsman in WOII. Overleeft Buchenwald en Dora. Ontsnapt tweemaal aan ophanging. Co-auteur Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Schrijver van Indignez-vous! (Neem het niet!). 96 jaar.

Maatschappijkritisch. Hekelt de achterdocht tegenover immigranten, het ter discussie stellen van sociale verworvenheden zoals de pensioenen en onderwijsvoorzieningen, de media die in handen zijn van de welgestelden. Voorvechter van een rechtvaardige overheid die het algemeen belang nastreeft. Tegenstander van geprivatiseerde banken die zich enkel bekommeren om hun dividenden en buitensporige salarissen van de leidinggevenden.

Politieke en economische verantwoordelijken die sociale verworvenheden ter discussie stellen in tijden dat de kloof tussen de rijksten en armsten nog nooit zo groot is geweest. Neem het niet!

Zijn universele raad: “Wees niet onverschillig. Onverschilligheid ontneemt je het vermogen om in opstand te komen. Scheppen is weerstand bieden. Weerstand bieden is scheppen.”

De Belgische nieuwsbulletins besteedden de dag na zijn overlijden een kwartier aan het ontslag van de Paus en wat er zou volgen. Hessel kwam (bijna) niet aan bod. Godbetert!

Premier Elio Di Rupo ging naar Parijs om een laatste eerbetoon te brengen waardoor hij laattijdig in het parlement zou arriveren voor de donderdagse zitting. Bepaalde politici van rechtse strekking, die dankzij Stéphane Hessel en zijn generatiegenoten aan politiek mogen en kunnen doen, vroegen zich grimmig af of de reden van de laattijdige aankomst van de premier wel gerechtvaardigd was. Dezelfde politici die wellicht alles zouden doen om in beeld te komen tijdens de begrafenis van een bekende Vlaming of een paus.

Op 27 februari stierf een mens. Ergens in een land waar de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens collectief genegeerd wordt. Ergens in een land waar de lage lonen en arbeid van velen gelijk staan met de welvaart van enkelingen. Ergens in een land waar onderwijs een voorrecht is voor de rijken. Ergens in een land waar je geslacht en afkomst je levenskwaliteit bepaalt. Ergens in een land waar de welvarende klasse angstig is voor de minder begoede klasse. Ergens in een land waar de waan van de dag het collectieve zuurgehalte bepaalt en sociale verworvenheden ter discussie worden gesteld. Ergens in een land stierf een mens. En het was niet de paus.

Bestemming veiliger. Beter communiceren.

De NMBS en communicatie is niet alleen een intern probleem, ook naar buiten toe gaat het van kwaad naar erger. De FYRA-saga kende haar dieptepunt toen de perswoordvoerder durfde te beweren dat de treinbestuurders nog niet vertrouwd zijn met het materiaal. Het ware verhaal is dat het materiaal zelf niet beantwoordt aan de meest elementaire kwaliteitsnormen: vrij van technische problemen en klimatologische beperkingen. De Fyra is ondertussen roemloos gestrand in een klein stationnetje.

Later lazen we in de kranten dat de agressiecijfers gestegen zijn, alleszins volgens de journalisten. De NMBS daarentegen liet iedereen weten dat de agressie globaal gedaald is gezien het aantal registraties van verbale agressie verminderde.

Een spoor te ver als je het ons vraagt.

Dit is nu juist het punt waarin de directie zich grotesk vergist. De daling van verbale agressie, althans de meldingen, is een symptoom van meldingsmoeheid. De jammerlijke vaststelling dat de directie dergelijk besef niet vertoont en de statistieken eerder gebruikt om een goed nieuwsshow te brengen, maakt de gedane communicatie niet alleen erger maar ook bespottelijk. Het operationeel terrein weet immers maar al te goed dat de situatie niet is verbeterd. Een zelfde houding hebben we in de Fyra-saga gezien.

De agressie is trouwens niet meer exclusief verbonden met de nog steeds ondoorgrondelijke commerciële regelgeving, het is ook een verlengstuk geworden van een  reeds jarenlang aanslepend dossier als de vertrekprocedure én de aanhoudende problematiek rond stiptheid en comfort. De hieraan verbonden frustraties worden steeds vaker geuit door beledigingen en ander ongepast gedrag van bepaalde reizigers. Bespuugd worden is geen rariteit meer. De gejaagdheid in onze samenleving is daar ook niet vreemd aan.

Deze feiten worden steeds vaker als part of the job ervaren waardoor het nut van het melden in vraag wordt gesteld. We weten maar al te goed dat vele collega’s een incident pas melden wanneer het de zoveelste van de week is geweest. Wanneer de spreekwoordelijke emmer overloopt.

Blijkbaar heeft de directie niet het empathisch vermogen om de statistieken te toetsen aan de realiteit. Meer nog, de collega’s die wel elk incident consequent melden, wat trouwens gevraagd wordt, worden bestempeld als bedienden die mogelijk zelf het probleem zijn. Het toepassen van de voorziene reglementering is vragen om moeilijkheden.

De directie focust zich als vanouds op het resultaat van een probleem en niet op de oorzaak ervan. Hét klassieke argument dat men aanbrengt is dat de agressie een samenlevingsprobleem is. Het commerciële beleid en de verminderde kwalitatieve dienstverlening met frustraties tot gevolg worden vooral genegeerd. We stellen ons bovendien de vraag of er een kwantitatieve vergelijking wordt gemaakt tussen de gedane oproepen naar het SOC (Meldkamer Securail) en de geregistreerde agressiemeldingen.

En laten we zeker onze reizigers niet vergeten. Ook zij worden immers steeds meer geconfronteerd met sociale onveiligheid. Ook zij zijn het slachtoffer van de gevolgen van een agressie: vertragingen, afgeschafte trein, aansluiting niet gehaald,…

Als vakbond geven we graag gratis advies aan de directie. Zorg ervoor dat het melden van agressie veel efficiënter verloopt met een minimum aan papierwerk. Het IBIS-toestel (verkooptoestel van de treinbegeleider) lijkt ons daar een uitstekend middel voor te zijn. Waarom geen call center oprichten waar de operator als registrator optreedt en het slachtoffer bovendien een eerste opvang kan aanbieden. Door het afschaffen van verschillende permanenties werd er immers een belangrijke eerste opvanglijn van de slachtoffers ontnomen. Goed opgeleide operatoren kunnen bovendien de inzet van de buddies (vrijwilligers die opvang verlenen) beperken en de eerste psychologische weerslag tijdig kanaliseren. De omkadering van het slachtoffer wordt vervolgens ingelicht voor een verdere gepersonaliseerde opvang waardoor het aantal verletdagen kan beperkt worden.

Ondertussen blijven bepaalde projecten voor een gesloten sein staan of kennen een vertraging: aanpassing van de vertrekprocedure, opstarten van het treintarief, vereenvoudiging van de vervoerbewijzen en de regelgeving, het plaatsen van betrouwbare verkoopautomaten… Dit zijn oplossingen voor een groot aantal aanleidingen van agressie.

Meer sociale controle in het station en in de trein is een must. Investeer in controleteams die tevens inzetbaar zijn voor het begeleiden van reizigerstreinen bij ontregeld treinverkeer of het opvangen van tekort aan voorzien personeel. De dienstverlening kan er alleen goed bij varen! Wat zegt u? Extra personeelskosten? Er zijn hoge personeelskaders waar men gerust kan besparen en waar de reizigers niets van zullen opmerken qua dienstverlening.

Het aanspreken van consultants als paniekreactie op dit schrijven is ook geen goed idee. Er is voldoende knowhow op het terrein: (leidinggevende) medewerkers die door hun dagelijkse inzet en ervaring de meest efficiënte ideeën kunnen aanbieden. Goedkoop en betrouwbaar. Efficiënt management heet dat dan. Daar bestaan cursussen voor…

Uw spiegel van de dag

Agressie. Containerbegrip en een hedendaags fenomeen. Symptomen van een samenleving onderworpen aan de haast en de waan van de dag. Ook sommige aangeboden “oplossingen” zijn helaas een product ervan.

De verruwing van de maatschappij als resultaat van een spoorloze neoliberale doctrine die zich heeft doorgedrongen in ons collectief denkvermogen. Het wordt tijd dat we met z’n allen eens in de spiegel kijken. Onthaasten is de boodschap. Niet morgen. Nu!

Openbaar vervoer fungeert als een gevoelsbarometer van de samenleving met de eerste lijn personeelsleden als dienstdoende sociologen en antropologen, echter zonder academische titel. Bespuugd worden, beledigd worden, bedreigd worden, fysiek aangevallen worden, niet begrepen worden. Nergens met je frustraties terecht kunnen. Zo begaan met de kwaliteit van het openbaar vervoer, met de klanten, zo ondergewaardeerd door een bepaalde generatie van beleidsmensen die het openbaar vervoer haar sociale functie heeft ontnomen. Beroepsfierheid als een devaluerend aandeel in een kapitalistisch absurdisme.

Minder eerstelijnspersoneelsleden, minder sociale controle. Besparen heet dat dan. Om later nog meer veiligheidspersoneel aan te trekken en dagelijks de opgelopen schade van een dergelijk beleid – vandalisme, arbeidsongevallen en verdoken absenteïsme ten gevolge agressie – met publieke gelden af te betalen. Quick thinking, slowly realizing.

Het openbaar vervoer is een voorbeeld van de drang naar een economische vrije marktideaal. De toestand van de energierijke nutsbedrijven van vandaag, is het toekomstbeeld van het openbaar vervoer van morgen. De vrije markt als bewaker van een gesloten en verdeelde samenleving.

Openbaar vervoer betekent investeren in mensen: klanten en dienstverlenende personeelsleden. Het aantrekken van nog meer politiemensen en veiligheidspersoneel is zinloos. Er moeten extra personeelsleden aangeworven worden, die de sociale controle verzekeren door het controleren van de vervoerbewijzen, het bewaken van de kwaliteit van de dienstverlening en het comfort van het transportmiddel. Ontzeg nozems, met of zonder driedelig maatpak, een eigen broedplaats. Herstel het positief gezag van de controleur.

Controle is dienstverlening. De controleur is immers meer aanspreekbaar dan een veiligheidsbediende of politieman. Multifunctioneel. Preventie.

Zorg voor een justitie die haar plicht opneemt vanuit een realistische referentiekader. Persoonlijk vervoer met een Audi 8 in een residentiële wijk is geen ideaal referentiekader. Maximaal de wet toepassen, minimaal seponeren. Repressie.

Ondersteun onze rechtgeaarde politieagenten met voldoende mankracht en logistiek. Waardeer hun werk en behoed hen van frustratie en teleurstelling. Een rechtvaardige en kordate Vrouwe Justitia als patrones van de politie.

Laat mensen van de werkvloer scholen bezoeken en de problematiek van ongepast gedrag op de lessenaar werpen. Confronteer betrokken jongeren met hun gedrag en de slachtoffers ervan. Werf ze vervolgens aan als toekomstige collega’s.

Sensibiliseer de samenleving in groepsverantwoordelijkheid. Persoonlijke responsabilisering in het omgaan met medemensen. Respect en hoffelijkheid. Volwassenen moeten kinderen – en zichzelf – het besef bijbrengen dat sociaal kapitalisme rendeert en ongeduldig kapitalisme stagneert. Leer kinderen dat elke job een meerwaarde heeft in de samenleving. Vermijd statusdrang. Vermijd statusangst. Kinderen moeten zich samen verplaatsen met het openbaar vervoer zodat ze als mogelijke beleidsmensen van de toekomst het belang ervan (h)erkennen en bewaren. Geef het voorbeeld als ouder. Beschouw uw persoonlijke levensloop als een kunstvorm. Beschouw de samenleving als een museum van het positivisme.

Roei de kiemen van sociale ongelijkheid uit. Behoud het recht op toegankelijk onderwijs voor iedereen en de waarde van een rechtvaardige sociale zekerheid. Pak de fraudeurs aan. Allemaal, zowel de fiscale als de sociale. En de zwartrijders.

Het openbaar vervoer is een kapstok van de democratie. Hang uw engagement als burger aan die kapstok en stap die bus op met een glimlach en een vervoerbewijs. En kijk de buschauffeur, de controleur en de medereizigers met openheid aan.

Want zij zijn uw spiegel van de dag.

Onder vier ogen

“Als we vandaag nadenken over de toekomst”, zei de man, “dan denk ik dat we dat doen met een verkeerde perceptie over het verleden”.

“Wat wil je daarmee zeggen?”, vroeg de toehoorder.

“Dat toekomst en verleden één geheel vormen maar dat het beeld ervan bepaald wordt door de waan van de dag en de visie van de beeldvormer: de mens dus”, antwoordde de man zonder verpinken in één ademstoot.

“U praat in raadsels”, gaf de toehoorder als repliek, “het verleden wordt weergegeven door feiten en wetenschap, de toekomst door ideeën en visie!”.

“Maar de mens is de gemeenschappelijke factor, zowel in verleden als heden, waardoor alles een subjectieve perceptie is van tijd en situatie, bepaald door een wezen die emotie boven ratio aanhoudt als drijfveer in denken en doen!”, gaf de man als wederwoord op, met een enerverende blik als verpakking van zijn woorden om zich vervolgens weg te draaien van de spiegel, op zoek naar een meer begrijpende toehoorder.

Een gevoel van onbehagen

Om het in spoorwegtermen te duiden; we leven in een sneltrein, we laten ons blindelings meeslepen met de locomotief en trachten vooral geen oogcontact te maken met de andere reizigers in het compartiment. We zonderen ons af in publieke ruimten met ipods en andere nokia’s, het creëren van een eigen wereld waar persoonlijk belang een wereldbelang is geworden. De ik-maatschappij als een doctrinaire levenswijze, eventueel gespijsd met collectieve waanideeën om toch maar niet als een asociaal mens bestempeld te worden. Het streven naar een authentiek leven is een utopisch wereldbeeld geworden waar een levensonderzoeker alleen maar depressief van wordt. De stijgende cijfers inzake depressie en sociale angst voor anderen, gevolgd door een hoog aantal zelfdodingen in onze welvarende westerse samenleving, is hier een trieste indicatie van. Humanity, we have a problem.

Beroepshalve word ik vaak geconfronteerd met slachtoffers van verbale en fysieke agressie (treinbegeleiders), die het vertrouwen in mens en samenleving hierdoor in vraag stellen. Men wordt bespuugd, gekleineerd, geïntimideerd en fysiek aangevallen. Onaanvaardbaar én toch verdoken geadopteerd als een hedendaagse ingrediënt van onze “way of life”. De trein is een weerspiegeling van onze samenleving, de treinbegeleider is, althans voor mij, een barometer van onze samenleving.

De sociale angst in onze samenleving kenmerkt de tijdsgeest. Respect en wederzijds begrip, het leven aanvaarden zoals het is (bescheiden en eenvoudig), het besef dat men niet alles kan hebben zoals het wordt voorgesteld door marketeers en sensatiegerichte media, is steeds moeilijker geworden. Het nuanceren en relativeren van tegenstellingen op verschillende vlakken is voor velen een denkoefening te veel geworden. Aan welke kant dan ook.

Rome en de intellectuele onderdrukking van de burger door het organiseren van “brood en spelen” kent een hedendaagse renaissance. Velen aanbidden succesvolle Vips (realitysoaps) en aanzien hun levensstandaard als universele normen en waarden, als een persoonlijk streven. Anderen zoeken wederom onderdak in – eender welk – Gods huis als een persoonlijke GPS voor hun denken en doen. Als seculier-humanist blijf ik vooral geloven in de mens. Amen.

Neoliberale infiltraties op alle niveaus, zelfs tot in de doorsnee woonkamers, zorgen voor een spervuur van materiële verlangens en de levensdrang om het vergroten van de persoonlijke status in werelds midden. Aandelen maken van goede huisvaders koele speculanten. Winstbejag is de norm. Statusangst – mijn persoonlijk succes, carrière en familie, tegenover die van de medemens – is een pandemie. Materiële rijkdom is de voorgeschreven placebo. Opium van het volk.

Tijd voor een mondiale ommezwaai. Een collectieve onthaasting als een kompas in een boeiend leven. Socrates zei het reeds: “een leven dat niet onderzocht wordt, is niet waard geleefd te worden”. En dat was eeuwen terug voor de neerval van Rome. Het bewijs dat het verleden nog steeds de beste raadgever is voor de toekomst.

Misschien toch eens wat tijd vrij maken om het leven (verder) te onderzoeken…